Naast de waanzinnige kostprijs om veertig van zulke vliegende hebbedingen aan te schaffen, blijkt nu ook dat het Belgische leger jaarlijks de helft van zijn totaalbudget mag uitgeven om de monsters in de lucht te houden. Dat is, om preciezer te zijn, 283 miljoen EUR, volgens datzelfde medium.
Uit het voorbeeld van de Nederlandse overheid blijkt niet alleen dat het Belgische leger de kostprijs van de hele operatie onderschat maar ook dat veertig vliegtuigen niet genoeg zijn.
Door de hoge kostprijs van de F-35 heeft Nederland maar 35 stuks van kunnen kopen; lang niet genoeg om álle taken van de F-16 te kunnen overnemen – waarom anders zou de Nederlandse overheid nu wél akkoord zijn gegaan om bepaalde opdrachten gezamenlijk uit te voeren?
Meer nog, als het leger vasthoudt aan zijn idee om 40 JSF’s te kopen, is de kans zeer groot dat binnen enkele jaren al nieuwe vliegtuigen besteld moeten worden om alle operaties en opdrachten te kunnen uitvoeren.
Hopelijk leren het Belgische leger en de Belgische overheid van de lessen van Nederland en slagen ze erin om van hun obsessie voor de F-35 te raken. Er moet een betaalbaarder alternatief worden gezocht. Anders riskeren de Belgische belastingbetalers nóg minder waar te krijgen voor hun geld…
Bron:Demorgen

Geen opmerkingen:
Een reactie posten